Sla over en ga direcht naar de inhoud van deze pagina

Actueel


16-03-2021

Planten en verzorgen van de tuinlelie

In deze post behandelen we het planten van leliebollen, de beste plek in de tuin om lelies te planten, wat de beste grondsoort is voor lelies, hoe je lelies na het planten verzorgen moet, hoe je lelies als potplant in de tuin of op je terras kunt gebruiken en hoe je kunt voorkomen dat je lelies worden opgevreten door het Leliehaantje.

De tuinlelie

De volgende leliegroepen zijn bij uitstek geschikt voor aanplant in de tuinen in potten of bloembakken; A.O.A. hybride lelies, Lotus dubbele oriëntallelies ®, trompet lelies, opwaartse trompetlelies, specie lelies, turkselelies, O.T. hybride lelies, tijger lelies, Pearl aziaat lelies, stuifmeelvrijelelies, dubbelbloemige lelies, aziatische lelies, tweekleurige aziaat lelies, pot aziaat lelies, oriëntal lelies, pot oriëntal lelies en martagon hybride lelies. De lelie wordt, omdat ze ondergrondse verdikte bloembladen met reservevoedsel vormt in de vorm van een bol, net als de tulp en de narcis, ingedeeld bij de bloembol, maar in feite is een lelie een vaste plant. Voor het gemak spreken we echter wel van een leliebol ondanks dat een leliebol, in tegenstelling tot de tulp, de narcis en de meest andere bloembollen, geen huid heeft die haar tegen uitdrogen beschermd. Bovendien sterven de wortels van een leliebol niet af zoals dat bij de tulp en de narcis wel het geval is. Bij een leliebol worden dezelfde wortels die in de herfst aan de leliebol blijven zitten in het voorjaar weer gebruikt om te groeien. Als de wortels tijdens de verwerking en transport zijn afgebroken is dat echter geen probleem, de leliebol zal na het planten namelijk direct weer nieuwe wortels maken. Het is natuurlijk altijd beter als er zoveel mogelijk wortels aan de leliebol blijven zitten. Wat wel van belang is, is dat tijdens het verplanten de wortels, net als bij vaste planten, zo min mogelijk uitdrogen. Het beste is dus dat leliebollen na ontvangst zo snel mogelijk geplant worden. Zo voorkom je uitdroging van de bol en de wortels zoveel mogelijk. Heb je leliebollen boven de grond en heb je niet de juiste gelegenheid om ze meteen te planten omdat het slecht weer is of omdat de grond bevroren is dan kun je de leliebollen het beste in een ruime plastic zak met potgrond bewaren. Laat de zak wel een klein beetje open of prik er een paar gaatjes in zodat de lelie bollen niet verstikken. Maar het beste blijft om je leliebollen, zodra de omstandigheden dat toelaten, zo snel mogelijk te planten dan kunnen ze aansluiting vinden met de grond voordat de temperatuur in het voorjaar op loopt.Een leliebol die goed aangesloten is in de grond doet het namelijk echt beter dan een lelie die pas na mei geplant is. Een vroeg geplante lelie wordt hoger, is sterker en geeft grotere bloemen. Leliebollen die na mei geplant worden zullen het ook zeker doen, maar zullen iets kleiner blijven dan een lelie die eerder geplant is.

Leliebollen planten:

Normaal gesproken plant je leliebollen goed op diepte, het beste isminimaal 10 cm grond bovenop de bol. Als je erge dikke lelie bollen hebt mag ditook gerust 15 cm zijn. Omdat de lelie direct na het planten eerststengelwortels maakt is diep genoeg planten erg belangrijk. De stengelwortels diegevormd worden zodra de lelie boven de grond komt zijn heel belangrijk voor eengoede start. Ze zorgen ervoor dat de plant voldoende water kan opnemen tijdensde snelle groei in het voorjaar. Als de leliestengels later in het jaar hogerworden zijn de stengelwortels belangrijk voor de stabiliteit van de plant. Zezorgen er voor dat als de volgroeide lelies in volle bloei staan, ze goedstevig vast blijven staan en bestand zijn tegen de wind.

Waar kun je leliesplanten?

Alle lelies doen het goed in alle Europese landen. Het beste plant je lelies nietvol op de wind, als een lelie namelijk in volle bloei staat en op haar mooist iskan de wind veel schade aanrichten. Lelies zijn, als ze diep genoeg geplant en goedgeworteld zijn, volledig winterhard. Als een lelie eenmaal vast in de tuin staatis ze in staat de strengste winters te overleven. Ook lelies die behoren tot deoriëntal groep zijn, zolang ze nog onder de grond zitten, winterhard. De jongescheuten van de oriëntal lelies moeten echter in het voorjaar als ze net bovende grond komen tegen de vorst beschermt worden met bijvoorbeeld bladeren oftakken. Lelies houden van een lichte standplaats met bij voorkeur minimaal dehelft van de dag direct zonlicht. Bij minder licht komen lelies ook zeker inbloei en zullen ze ook meerdere jaren bloeien, maar ze zullen langer en slapperworden, het is aan te raden om ze dan met een stok te ondersteunen om tevoorkomen dat ze tijdens de bloei knakken. Lelies voelen zich prima thuis in eenvaste planten border en ze vinden het ook wel fijn om met de voeten in deschaduw te staan. Lelies kunnen dus uitstekend gebruikt worden tussen de vasteplanten in uw tuin. De vaste planten zijn de lelie, vooral bij de hogere soorten,niet tot last maar kunnen de lelies extra steun geven. Het is een prachtiggezicht om lelies boven de planten border te zien bloeien. Zo zie je dat er voorde lelie in elke tuin wel een goed plekje te vinden is.

Welke grondsoort?

Lelies zijn niet kieskeurig wat de grondsoort betreft. De lelie floreert in iedere goede tuingrond waar andere planten het ook goed in doen. Wel moet vermeld worden dat lelies die behoren tot de oriëntal groep van een wat zuurdere grond houden. Bij oriëntal lelies is het aan te raden om een flinke hoeveelheid tuinturf in én rond het plant gat te strooien. Let er op dat je wel tuinturf gebruikt en geen potgrond. Dit omdat potgrond een neutrale pH (ofwel zuurgraad) heeft, tuinturf heeft een iets lagere in pH en is dus wat zuurder. Als u in een gebied woont waar de grond een iets hogere zuurgraad heeft hoeft u nergens over in te zitten. Of de grond in uw omgeving iets zuurder is kunt u zien aan Rododendrons, Camelia’s en heide planten. Als deze het in uw omgeving goed doen dan betekent dat dat de grond iets zuurder is.

Verzorging van lelies:

Lelies groeien in het voorjaar, zodra ze boven de grond komen, explosief. Het is dus van groot belang dat, vooral in het eerste jaar van aanplant, de grond altijd voldoende vochtig blijft zodat de stengelwortels zich goed kunnen ontwikkelen. Zolang het water weg kan krijgt een lelie nooit teveel water. Als lelies eenmaal vast staan is het minder belangrijk om ze continu vochtig te houden omdat ze in de daaropvolgende jaren, ook onder de bol, een goed wortelgestel ontwikkelen die de plantgoed van water kan voorzien. Meestal valt er in het voorjaar wel voldoende regen maar blijf, vooral het eerste jaar na aanplant, toch goed op de juiste vochtigheid letten. Juist de bovenlaag van de grond kan snel uitdrogen en dit is juist het gedeelte waar de stengelwortels die voor de snelle aanvoer van water zorgen zich bevinden.

Lelies planten inpotten of bakken

Lelies kunt u uitstekend als solitaire planten in potten of bakken op het balkon of het terras kweken. Voor het planten van lelies op potten of bakken heeft u het volgende nodig: potten of bakken voorzien van afwateringsgaten, potscherven of kiezels, potgrond (evt. vermengd met composten/of grof zand), lelie bollen, capsule met kruidenmengsel.

· Stap 1: Prepareer de pot of de bak:
Leg onder in de pot of de bak waar u de lelies in planten gaat potscherven of kiezels zodat eventueel overtollig water makkelijk weg kan lopen.

· Stap 2: potgrond, leliebollen en capsule met kruidenmengsel in pot:
Doe ongeveer 5 cm potgrond (evt. vermengd met compost en/of grof zand) op de met potscherven of kiezels bedekte bodem van de pot of de bak. Plaats vervolgens de leliebollen met de wortels naar beneden op het laagje potgrond met een onderlinge afstand van 5 tot 15 cm, al naar gelang de grote van de bol. Dek vervolgens de leliebollen af met potgrond tot ongeveer 2 cm onder de rand van de pot of de bak zodat er een zogenaamde gietrand overblijft. Maak vervolgens met uw vinger een gaatje van ongeveer 5 cm diep en plaats daar de meegeleverde capsule met het ongedierte verjagende kruidenmengsel in. Dek het gaatje vervolgens af met potgrond.

· Stap 3: Verzorging na het planten

Maak de potgrond na het planten met een gieter goed vochtig. Bewater depotgrond na het planten regelmatig zodat de leliebollen gedurende de groei over voldoende water kunnen beschikken. Zet de potten en bakken met lelies bij regen onder een wat drogere plek en in de winter (als u de bollen laat zitten) ondereen afdak. Als u de potten of bakken in het voorjaar weer buiten zet dient u de jonge lelieplantjes die behoren tot de orïental groep in het voorjaar bij opkomst te beschermen tegen de vorst tot de nachtvorst voorbij is.

· Stap 4: lelies op pot als vaste plant

Als u er voor kiest om uw lelies als vaste plant op pot te gebruiken hebben ze de juiste zorg nodig. Wij helpen u graag op weg om uw eigen biologische lelies te telen. Om jarenlang plezier te hebben van uw biologische geteelde lelies moet u de volgende zaken in acht nemen. Zorg ervoor dat uw lelies ten aller tijde over voldoende vocht beschikken. Verwijder uitgebloeide bloemen. Verwijder voor de herfst het afgestorven gewas. Zorg er na de winter voor dat de lelies voldoende voeding beschikbaar hebben. Dit kan door ieder voorjaar een kleine hoeveelheid gedroogde mestkorrels over uw lelies te strooien. Giet ieder voorjaar uw lelies aan met bijvoorbeeld “Pireco Bladinsecten” ter voorkoming van schadelijke bladinsecten. Om bodemschimmels te voorkomen is het verstandig om uw lelies ieder voorjaar met bijvoorbeeld “Pireco Bodemschimmel” te behandelen. Als u uw lelies meerdere jaren in dezelfde pot laat staan is het verstandig om uw lelies ieder voorjaar met bijvoorbeeld “Pireco Bodemaaltjes” te behandelen.

Je kunt de bollen, net als een vaste plant, gerust in de potlaten overwinteren. Ze zullen het volgend voorjaar gewoon weer in de pot tevoorschijn komen en als ze goed verzorgd zijn zeker weer zo mooi zijn als het voorgaande jaar.

Het Leliehaantje*

Als er over lelies wordt gepraat komt het Leliehaantje bijna altijd ter sprake. Als je er niets tegen doet is het Leliehaantje eigenlijk het enige probleem waardoor je lelies in de tuin niet mooi tot hun recht komen. De meeste tuiniers denken dat de rode torretjes van het Leliehaantje de boosdoeners zijn die het blad van de lelie aanvreten. Dit is echter een misvatting want in werkelijkheid zijn het de larven van dit het Leliehaantje die veel grotere schade aanrichten en de bladeren van de plant opvreten. De larve van het Leliehaantje is een klein, dik witgrijs rupsje. Het rupsje is als het op de lelie zit niet te zien, want het nestelt zichzelf volledig in haar eigen uitwerpselen. Het rupsje van het Leliehaantje ziet er uit als een klein kloddertje slijmerig prut dat meestal aan de onderkant van het blad van de lelie zit. In dit kloddertje zit het rupsje van het Leliehaantje die rustig, blaadje voor blaadje, de lelieplant oppeuzelt. Je moet deze prutklontjes dus verwijderen want hierin bevindt zich de boosdoener.

*Het leliehaantje (Liliocerislilii) (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Leliehaantje)

is een kever uit de familie bladhaantjes (Chrysomelidae).

Beschrijving

Het leliehaantje heeft een felrood borststuk en dekschilden, maar de rest van het lichaam is zwart. Daardoor lijkt deze soort sterk op de zwartkopvuurkever (Pyrochroa coccinea), maar deze laatste soort wordt veel groter, mist de sterke, was-achtige glans en heeft meer gezaagde tasters. Ook is het lichaam van het leliehaantje wat ronder van vorm. De maximale lengte is ongeveer 8 tot 11 millimeter.

Larve


Levenswijze

Dit haantje is vrijwel de hele lente en zomer te zien, van april tot augustus, en leeft zowel als kever als larve op diverse soorten lelies. Maar het kevertje houdt ook van bijvoorbeeld Keizerkronen (Fritillaria imperialis). Met name de larven, die minder opvallend maar des te vraatzuchtiger zijn, kunnen grote schade veroorzaken aan de plant, met name de bladeren ervan. Kevers zijn meer bezig met voortplanten dan met eten en vallen bovendien goed op zodat ze makkelijk te vangen zijn. Het leliehaantje is in veel streken waar ze voorkomt een exoot, verspreid naar landen waar ze van nature niet voorkomt. De export van lelies is daarvan de voornaamste oorzaak. Vogels mijden de volwassen kever omdat deze walgelijk smaakt. De larve heeft een oranje, made-achtig uiterlijk en een zwarte kop. De camouflage van de larve is ongebruikelijk: de eigen slijmerige ontlasting wordt op de bovenzijde van het lichaam uitgesmeerd. Hierdoor lijken ze sprekend op een hoopje vogelpoep, dat door geen enkel dier gegeten wordt. Een soortgelijke camouflage kent overigens ook de larve van de schildpadtor (Cassida) Deze verzamelt de droge poepjestussen de stekeltjes aan de bovenzijde.

Ontwikkeling


Eitjes

De kever overwintert als imago, en kruipt rond april uit de schuilplaats zoals gaten in stronken of onder de grond. Er worden gedurende enkele maanden eitjes afgezet aan de onderzijde van bladeren die na ongeveer een week uitkomen. De larve is na twee weken volgroeid en verpopt in de grond, en na enkele wekenkomt de imago tevoorschijn. Met name het feit dat de kevers niet synchroon eitjes afzetten maar gedurende meerdere maanden maakt dat ze als plaag zo moeilijk te bestrijden zijn vanwege de constante aanvoer van larven.

« Terug naar Actueel